Voorfinanciering van DBBC’s vanaf 2018

Nieuwsbericht
14 juli 2017

De in 2016 gewijzigde Aanbestedingswet vraagt om een andere aanbestedingsprocedure. De wet heeft consequenties voor de wijze van vaststelling en herijking van de omvang van de voorfinanciering van geleverde zorg (voorheen bevoorschotting genoemd). Daarnaast is gebleken dat bij de administratieve afhandeling van de voorfinanciering van geleverde zorg van de vestiging van zakelijke zekerheidsrechten, in onvoldoende mate kon worden gerekend op medewerking van de huisbankiers van de zorgaanbieders. Daarmee dreigde de vestiging van zekerheidsrechten (pand & hypotheek) een zware administratieve belasting te worden.

Mogelijke alternatieve werkwijzen met betrekking tot voorfinanciering zijn geïnventariseerd en afgezet tegen de financiële risico’s. Deze alternatieven zijn aan de orde geweest in de marktconsultaties met zorgaanbieders, waarvan de verslagen zijn gepubliceerd op de website.

Voorgenomen nieuwe methodiek voor voorfinanciering van geleverde zorg

Het voornemen is om de wijze van voorfinanciering van geleverde zorg en bijbehorende zekerheden vanaf 1 januari 2018 op de volgende wijze in te richten:

  1. De hoogte van de voorfinanciering van geleverde zorg wordt per kalenderjaar gebaseerd op de stand van het Onder Handen Werk (OHW) per 1 juli (exclusief ANG).
  2. De voorfinanciering wordt vastgesteld op 95% van de berekende waarde van het OHW (exclusief ANG), dat jaarlijks op 1 juli van het desbetreffende kalenderjaar wordt verstrekt.
  3. In tegenstelling tot het verleden, zal vanaf 1 januari 2018 geen generieke verplichting tot het stellen van zekerheidsrechten in de zin van pand, hypotheek of anderszins meer worden opgenomen.

De definitieve berekeningswijze van de omvang van de voorfinanciering van geleverde zorg wordt opgenomen in de Handleiding Financiering & Registratie, die naar verwachting op 22 augustus 2017 wordt gepubliceerd op de website.

Terugvordering van uitstaande voorfinanciering van voorgaande jaren

Het verschil tussen de uitstaande voorfinanciering voor 2017 (en eerdere contractjaren) ten opzichte van de vastgestelde 95% van de berekende waarde van het Onder Handen Werk wordt door de divisie ForZo/JJI verrekend en aansluitend teruggevorderd c.q. worden betaald. Indien het noodzakelijk blijkt om terugbetalingsregelingen te treffen, wordt het stellen van een zakelijk zekerheidsrecht in de vorm van pand- , hypotheekrecht, borgstelling, bankgarantie of anderszins geëist.