Verlofregeling tbs

Nieuwsbericht
22 februari 2019

Per 21 februari 2019 is de verlofregeling tbs gewijzigd. Deze aanpassing is een gevolg van de toezeggingen van de Minister voor Rechtsbescherming ter versterking van de rechtspositie van de tbs-gestelde en de eerdere toezeggingen in het kader van de verkorting van de behandelduur van de tbs. Bij brief van 8 oktober 2018 van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer, waarin de aanpak weigerende observandi uiteen is gezet, is ook het gewijzigde beleidskader Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg als bijlage gevoegd. In dat beleidskader stond een onvolkomenheid die afweek van de bestaande praktijk en de werkwijze van de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg. Dit is gerepareerd.

Per 1 januari 2019 is het beleidskader LFPZ in werking getreden, met uitzondering van de bepalingen ten aanzien van verlof. Nu de verlofregeling tbs is aangepast, zijn ook die bepalingen ten aanzien van verlof, in werking getreden.

De wijziging van de verlofregeling tbs betreft ten eerste dat voor tbs-gestelden die verblijven in een instelling voor Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (zoals beschreven in het beleidskader LFPZ), onbegeleid verlof mogelijk is voor maximaal twee keer één jaar. Dit ter voorbereiding op het opheffen van de LFPZ-indicatie en een overplaatsing naar een vervolgsetting, als onderdeel van een uitstroomplan. Ten tweede is de maatregel 1 jaar geen verlof niet langer van toepassing in geval van verdenking van een strafbaar feit, die niet leidt tot een veroordeling, maar tot vrijspraak, sepot, transactie of strafbeschikking.