Informatie over Besluit forensische zorg beschikbaar

Nieuwsbericht
8 juli 2019

Het Besluit forensische zorg (Bfz) regelt de nadere uitwerking van de Wet forensische zorg die op 1 januari 2019 in werking is getreden. De inhoud van het Bfz en de onderliggende Regeling forensische zorg (Rfz) brengt een aantal wijzigingen met zich mee.

Een paar belangrijke wijzigingen zijn:

  • De plaatser verstrekt afschriften van rapportages uit het persoonsdossier aan de zorgaanbieder ten behoeve van de te verlenen forensische zorg.
  • Ook is geregeld dat het behandeldossier bij overplaatsing van de ene forensische zorgaanbieder (waaronder het PPC) aan de volgende wordt overgedragen.
  • De zorgaanbieder verstrekt gegevens aan het Openbaar Ministerie en/of de reclassering over de behandeltrouw van de forensische patiënt. Dit is bedoeld voor het toezicht op de naleving van de voorwaarden. In het besluit wordt beschreven om welke gegevens het gaat en is bepaald dat de reclassering en de zorgaanbieder periodiek spreken over de behandeltrouw van de patiënt, voor zover dat nodig is voor de uitoefening van de taken van deze partijen.

Naast bovenstaande wijzigingen, zijn er in het Bfz inhoudelijke wijzigingen aangebracht naar aanleiding van de beleidsreactie op de inspectierapporten over Michael P. Dit zijn:

  • Bij gedetineerden die zijn veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf  voor ernstige gewelds- en zedendelicten, wordt de indicatiestelling ten behoeve van overplaatsing naar een instelling voor forensische zorg altijd mede gebaseerd op een delictanalyse en een recent opgemaakte risicotaxatie. De aanvrager van de indicatiestelling dient deze instrumenten bij de aanvraag te voegen.
  • Deze gedetineerden worden door de indicatiesteller in persoon gezien voor de indicatiestelling.
  • Bij het uitplaatsen van deze gedetineerden worden altijd voorwaarden gesteld, met toezicht van de reclassering. Als algemene voorwaarden gelden dat betrokkene mee moet werken aan het nemen van vingerafdrukken en aan het reclasseringstoezicht. De specifieke voorwaarden in het individuele geval worden opgenomen in het verlofbesluit.
  • De vestigingsdirecteur van de PI beslist over de uitplaatsing van gedetineerden. Hij neemt het plaatsingsbesluit en ontvangt daartoe o.a. een advies van de plaatsings- en vrijhedencommissie van de penitentiaire inrichting. In die commissie zit ook een psycholoog of psychiater, zodat in de commissie ook behandelexpertise aanwezig is.
  • De zorgaanbieder verstrekt gegevens over de behandeltrouw ook aan het hoofd van de uitplaatsende tbs-instelling of penitentiaire inrichting.
  • In het penitentiair dossier worden kopieën van risicotaxaties en delictanalyses toegevoegd.
  • In het inkoopcontract wordt opgenomen dat de instelling verplicht is om periodiek contact met de gemeente te onderhouden.

Er wordt nog een handreiking opgesteld over welke informatie precies moet en mag worden gedeeld. Deze wordt binnenkort verwacht.
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft een interactieve PDF ontwikkeld. Daarin staat op hoofdlijnen een overzicht van de vernieuwingen die de Wet forensische zorg vanaf 2019 met zich meebrengt ten opzichte van de situatie vóór 2019. De wijzigingen naar aanleiding van Michael P. zijn nog niet in de interactieve Pdf verwerkt. Deze en meer informatie is binnenkort te vinden op de website www.forensischezorg.nl en in het handboek forensische zorg.

Deskundigheid voor het uitvoeren risicotaxaties ingekocht.

De divisie ForZo/JJI heeft deskundigheid bij zorgaanbieders ingekocht ten behoeve van het uitvoeren van risicotaxaties in het gevangeniswezen. Deze zijn immers nu verplicht voor gedetineerden die moeten worden uitgeplaatst naar de forensische zorg, wanneer zij zijn veroordeeld voor een ernstig geweld- of zedendelict. Binnenkort zullen de psychologen in GW ook worden getraind in het uitvoeren van risicotaxaties. Ter overbrugging is deze expertise dus ingekocht.

Intake in de forensische zorg
De Divisie ForZo/JJI is, mede na de toezegging van de minister van Rechtsbescherming (MRb) om te komen tot een systematiek waarin wordt voorzien in de financiering van de intakes bij FPA’s en FPK’s, in overleg met NZa, zorgaanbieders en GGZ Nederland om dit verder uit te werken. De bekostiging van de intake is op dit moment al wel mogelijk in de huidige bekostigingssystematiek. Echter leverde dit in sommige gevallen problemen op in de registratie en uiteindelijke facturatie. Deze problemen worden momenteel in kaart gebracht en in onderling afstemming oplossingen voor gecreëerd, zodat de bekostiging van de intakes bij instroom in de forensische klinische zorg goed geregeld is. Het streven is om dit voor het najaar 2019 te hebben gerealiseerd.