Handreiking tussen politie en GGZ: (Gewelds)incidenten bij behandelsituaties

Nieuwsbericht
19 december 2019

Op 18 december stuurde minister Dekker een handreiking tussen politie en GGZ wat betreft (gewelds)incidenten bij behandelsituaties naar de Tweede Kamer. In deze handreiking zijn afspraken tussen politie en de GGZ opgenomen over informatiedeling en de inzet van politie in noodsituaties of bij een vermoeden van een strafbaar feit in GGZ-instellingen en ambulante behandelsituaties. Een van de afspraken die de politie met de GGZ heeft gemaakt, houdt in dat de politie op basis van het handelingskader van de ambtsinstructie en afhankelijk van de situatie, zelf bepaalt welke geweldsmiddelen, waaronder ook het stroomstootwapen, worden ingezet.

Gezien het decentrale GGZ-stelsel zullen op basis van de handreiking de komende maanden op decentraal niveau nadere afspraken worden gemaakt tussen GGZ-instellingen en de politie. Het uitgangspunt is dat de GGZ een inspanningsverplichting heeft om eerst zelf een acute noodsituatie beheersbaar te maken. De GGZ-instelling kan pas een beroep op de politie doen indien zij daar zelf niet in slaagt. Om de juiste aanpak te kunnen bepalen is de inzet verder dat een door de GGZ-instelling aangewezen functionaris de politie van relevante informatie voorziet, waaronder eventuele medische risico’s of gezondheidsrisico’s waar de politie in die specifieke (nood)situatie rekening mee moet houden. De agent weegt deze informatie mee bij het maken van zijn keuze voor het meest proportionele middel om de noodsituatie te beëindigen. Waar deze lokale afspraken zijn gemaakt, is de inzet van het stroomstootwapen door de basispolitiezorg weer toegestaan in GGZ-instellingen.