Recidive tbs neemt verder af

Nieuwsbericht
10 mei 2012

De recidive onder ex-tbsgestelden blijft sinds de invoering van het systeem dalen, het beleid ten aanzien van de weigerende observandi begint zijn vruchten af te werpen en de productie van het Pieter Baan Centrum is weer op peil. De regeling “Eén jaar geen verlof na ongeoorloofde afwezigheid” is in 2011 bij 17 tbs-gestelden toegepast.

Dat heeft Staatssecretaris Teeven vrijdag aan de Tweede Kamer geschreven in zijn brief over de ontwikkelingen en vorderingen op het gebied van de tbs-maatregel. De uitgangspunten - veiliger en doelmatiger - zoals die staan gemeld in het regeerakkoord, worden hierin voortgezet.

Recidive

Uit het meest recente onderzoek naar de recidive onder tbs-gestelden blijkt dat de recidive in de gehele onderzoeksperiode 1974-2008 is gedaald in alle recidivecategorieën die het WODC hanteert. De aanhoudende daling van de recidive onder voormalig tbs-gestelden geeft volgens Staatssecretaris Teeven aan dat het systeem effectief is.

Er zijn prestatie-indicatoren ontwikkeld aan de hand waarvan de doelmatigheid van de forensisch psychiatrische centra (fpc’s) kan worden gemeten. Hiertoe worden diverse criteria naast elkaar gezet, bijvoorbeeld de gemiddelde verblijfsduur én het percentage patiënten met een verlofmachtiging. Aan de hand van de prestatie-indicatoren worden de fpc’s vanaf 2012 gevolgd in de ontwikkeling van prestaties en doelmatigheid.

Pro Justitia-rapportage

Staatssecretaris Teeven vindt het belangrijk dat een rechter zich een zo volledig mogelijk beeld kan vormen van de strafbare feiten en van de persoonlijkheid van de verdachte, ook als die weigert mee te werken aan onderzoek pro justitia. Een van de belangrijkste punten waarmee de TBS geconfronteerd werd bij het aantreden van het kabinet, was dat van de weigerende observandi. Het gaat hier niet alleen om mensen die bewust weigeren mee te werken aan het pro justitia onderzoek, maar ook om mensen die wegens een psychische stoornis moeilijk te observeren zijn.

Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) heeft een nog grotere inspanning geleverd om tot zinvolle onderzoeken te komen. Daarnaast breekt men bij verdachten die consequent iedere medewerking weigeren, het onderzoek vroegtijdig af, zodat niet onnodig tijd wordt verspild. Als gevolg van deze maatregelen zijn voor meer weigerende observandi toch rapportages uitgebracht en is een stijging van het totaal aantal adviezen te zien van ongeveer 55 procent naar circa 65 procent. Ook bij de moeilijkste groep - de geheel weigerende observandi - is een stijging te zien van 22,4 naar 36 procent.

Om het weigeren van medewerking verder te ontmoedigen, wil Staatssecretaris Teeven NIFP-rapporteurs de beschikking geven over documenten en rapporten van andere instanties, bijvoorbeeld over (civiele) psychiatrische ziekenhuisopnames in het verleden. Deze regeling is opgenomen in een nota van wijziging van het voorstel Wet Forensische Zorg die eind 2011 aan de Tweede Kamer is gezonden.
Door deze aanpassing kan de rechter, op basis van een vordering van het openbaar ministerie, ook zonder instemming van de verdachte beslissen dat dit soort gegevens aan de pro justitia-rapporteurs moet worden verstrekt. Als de rechter gelast dat de gegevens moeten worden verstrekt, is de behandelaar die de gegevens onder zich heeft, verplicht deze te verstrekken.

Wachtlijsten Pieter Baan Centrum (PBC)

Afgelopen zomer was de instroom in het PBC hoger dan gebruikelijk, waardoor er wachtlijsten ontstonden. De wachtlijsten zijn inmiddels teruggebracht en de productie van het PBC is weer op peil, nadat er meer freelance psychiaters zijn ingezet en er meer samenwerking is gezocht met GGZ-instellingen.

Verlof

In 2011 is de regeling "Eén jaar geen verlof na ongeoorloofde afwezigheid" bij 17 tbs-gestelden toegepast. De tbs-gestelden die op een longstay-afdeling verblijven, komen per 1 april 2012 in principe niet meer in aanmerking voor begeleid verlof. Dat kan alleen als onafhankelijke gedragskundigen vaststellen dat zij vooral zorg nodig hebben, in combinatie met een lage behoefte aan structurerende beveiliging. Deze versobering vergroot de veiligheid in de samenleving, aldus Staatssecretaris Teeven.

In zijn vorige beleidsbrief heeft Staatssecretaris Teeven de verwachting geuit dat de gemiddelde doorlooptijd van zeven à acht weken voor het afhandelen van verlofaanvragen in 2011 gerealiseerd zou worden. Door gezamenlijke inspanningen van de Verlofunit en het Adviescollege Verloftoetsing (Avt) is deze norm behaald. De Verlofunit heeft gemiddeld minder dan drie weken nodig voor het afhandelen van verlofaanvragen.