Verlof

Verlof is een belangrijke stap bij klinische zorg op weg naar resocialisatie, naar terugkeer in de samenleving. Onderdeel van de verlofaanvraag is de risicotaxatie. Deze gaat over de inschatting van de kans op recidive en het opnieuw plegen van strafbare feiten.

Op het gebied van verlof onderscheiden we:

  • verlof bij tbs met dwangverpleging
  • verlof bij de overige forensische zorgtitels

Verlof bij tbs met dwangverpleging

Sinds 1 januari 2008 toetst het Adviescollege Verloftoetsing tbs (AVT) alle aanvragen voor verlof van tbs-gestelden en brengt daarover onafhankelijk advies uit aan de minister van Veiligheid en Justitie. Het college beoordeelt de verlofaanvragen primair vanuit het perspectief van veiligheid van de samenleving.

Bij tbs gaat het om vier soorten verlof: begeleid verlof, onbegeleid verlof, transmuraal verlof en proefverlof.

Begeleid verlof

Om het verloftraject te beginnen kan een patiënt in aanmerking komen voor begeleid verlof. Dit houdt in dat hij of zij onder begeleiding van 1 of 2 getrainde begeleiders de beveiligde zone van de inrichting mag verlaten. Er is continu toezicht op het doen en laten van de patiënt. Het begeleide verlof is meestal van korte duur, maximaal een dag. Voor begeleid verlof worden eerst twee begeleiders ingezet. Als een behandelaar het verantwoord vindt, kan de begeleiding worden teruggebracht tot één persoon. Begeleid verlof speelt een rol in het monitoren van de ontwikkeling van een patiënt. Tijdens begeleid verlof wordt duidelijk hoe de patiënt reageert op prikkels en impulsen, die zich binnen het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) niet voordoen.

Onbegeleid verlof

Als de begeleide verloven goed verlopen, kan een patiënt in aanmerking komen voor onbegeleid verlof. Onbegeleid verlof is verlof buiten de beveiligde zone van de inrichting zonder directe begeleiding van personeel. Voordat een patiënt op onbegeleid verlof gaat, maakt de kliniek duidelijke afspraken over het verlof. Ook onbegeleid verlof is een instrument om te toetsen hoe een patiënt omgaat met vrijheden en welke verantwoordelijkheid hij of zij kan dragen voor de gemaakte afspraken. Onbegeleid verlof speelt ook een rol bij het verkennen van iemands vermogen om te re-integreren. Onbegeleid verlof kan 1 of meerdere dagen duren met een maximum van zes overnachtingen buiten een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC), bijvoorbeeld voor het volgen van een opleiding of het uitvoeren van werk.

Transmuraal verlof

Als de begeleide en onbegeleide verloven goed zijn verlopen, kan een patiënt in aanmerking komen voor transmuraal verlof. Het behandelteam moet dan wel van mening zijn dat de patiënt in staat is tot resocialisatie. Tijdens transmuraal verlof verblijft een patiënt zonder begeleiding voor langere tijd buiten de beveiligde zone van de inrichting, bijvoorbeeld in een beschermde woonvorm of een open dependance van een inrichting. De patiënt krijgt nog wel intensieve begeleiding vanuit de kliniek.

Proefverlof

Na transmuraal verlof volgt vaak proefverlof. Proefverlof vindt plaats in de uitstroomfase, die leidt tot een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel of tot vervolgbehandeling. Tijdens deze fase is het bevel tot verpleging officieel nog van kracht. Bij problemen kan een patiënt meteen weer worden opgenomen in het FPC. Tijdens het proefverlof wordt het toezicht uitgeoefend door de reclassering. Soms houden forensisch psychiatrische medewerkers toezicht op de patiënt terwijl deze op proefverlof is. Zij monitoren het gedrag en coördineren het hulpverleningsaanbod buiten de kliniek.

Verlof bij overige forensische zorgtitels

Verlofbeslissingen voor gedetineerden worden genomen door de directeur van de penitentiaire inrichting waar de gedetineerde verblijft. In de overige gevallen bepalen de verantwoordelijke instanties, de toezichthouder van de Reclassering samen met de zorgaanbieder en het Openbaar Ministerie (OM), de mogelijkheden tot verlof.

Bij de verlofaanvragen van overige forensische zorg is een risicotaxatie nog niet verplicht. In veel gevallen vormt risicotaxatie echter toch standaard onderdeel uit van (de evaluatie van) de behandeling.