Juridisch kader

Wet forensische zorg

Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. De forensische zorg is een combinatie van beveiliging en behandeling of verpleging. De bekendste vorm van forensische zorg is de Tbs (terbeschikkingstelling), waarbij de patiënt in een gesloten instelling behandeld wordt.

Vormen van forensische zorg

De forensische zorg kent verschillende strafrechtelijke titels, zoals:

  • Tbs met dwangverpleging;
  • Tbs met voorwaarden;
  • Tbs met proefverlof;
  • een voorwaardelijke veroordeling;
  • een sepot met voorwaarden;
  • plaatsing in een inrichting voor veelplegers;
  • overplaatsing vanuit een penitentiaire inrichting voor hulpverlening of naar een psychiatrisch ziekenhuis.

Vernieuwing forensische zorg

De Wet forensische zorg (Wfz), die per 1 januari 2019 in werking treedt, moet ervoor zorgen dat patiënten op de juiste plek terecht komen en de juiste zorg krijgen. Met deze wet wordt de brede stelselherziening van de forensische zorg geregeld. Ten aanzien van de huidige wetgeving, brengt de Wfz een aantal belangrijke wijzigingen met zich mee:

  • De basis van de Wfz wordt gevormd door de inkoop van de forensische zorg bij zorgaanbieders. Door het inkopen van zorg wordt gestuurd op de kwaliteit van de forensische zorg;
  • Met de Wfz wordt een gedifferentieerd zorgaanbod gecreëerd. Hiertoe is de zorginkoopfunctie ingericht. De zorgvraag is bepalend;
  • De indicatiestelling en de justitiële titel vormen de basis voor het plaatsingsbesluit en er komt één uniforme plaatsingsprocedure (waarbij het niet uitmaakt wat de strafrechtelijke titel is);
  • Een zorgaanbieder moet bij het beëindigen van forensische zorg die is opgelegd als voorwaarde een advies aan het OM geven over de kans op herhaling van het gedrag dat ten grondslag lag aan de forensische zorgtitel;
  • Gegevensverstrekking en -uitwisseling tussen alle betrokken organisaties (DJI, het OM, de zorgaanbieder, NIFP/IFZ en de reclassering) op grond van de Wfz zal worden vereenvoudigd. Er is in beginsel sprake van verplichte verstrekking van gegevens;
  • Daarnaast wordt de aansluiting tussen het strafsysteem (bijvoorbeeld gevangenisstraf) en de GGZ-zorg verbeterd.

Relatie met onvrijwillige zorg

Op 1 januari 2020 treden de wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang in werking die de huidige Wet Bopz vervangen. Samen met de Wet forensische zorg wordt de weg vrijgemaakt voor goede zorgverlening in de forensische psychiatrie.

Veranderingen

Het wordt bijvoorbeeld mogelijk om in elke fase van het strafrechtelijk traject te kiezen voor een behandeling in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ):

  • In de voorfase kan de officier van justitie een afweging maken of een strafrechtelijke vervolging of het aanvragen van een (zorg)machtiging op grond van de Wet Bopz (dan wel de nieuwe wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) de passende maatregel is;
  • Ook in de fase van het vonnis van de rechter en na afloop van de verleende forensische zorg moet zij voorzien in een goede aansluiting;
  • Als de strafrechter de verdachte geen forensische zorg oplegt of besluit om de tbs niet te verlengen, kan hij een zorgmachtiging afgeven;
  • Verder krijgt de strafrechter de bevoegdheid om op voorstel van het openbaar ministerie een (zorg)machtiging af te geven aan een forensische patiënt met een psychische stoornis aan wie na afloop van de strafrechtelijke titel onvrijwillige zorg moet worden verleend.

 

Interimbesluit forensische zorg

Het interim-besluit forensische zorg (een Algemene Maatregel van Bestuur) creëert, vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet forensische zorg (Wfz), een wettelijke basis voor het huidige forensische zorgstelsel. Het interim-besluit is per 1 januari 2011 in werking getreden. Het stelt regels ten aanzien van:

  • de (inhoud en omvang van de) forensische zorg;
  • de eigen bijdrage van de justitiabele voor de forensische zorg;
  • de indicatiestelling;
  • de zorgtoeleiding naar ambulante forensische zorg (plaatsing);
  • de informatieverstrekking;
  • de aanwijzing van de zorgaanbieders die forensische zorg leveren en de voorwaarden die daarbij kunnen worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de beveiliging.

Het interim-besluit vervalt zodra de Wet forensische zorg in werking treedt.

Uitwisseling gegevens justitiabelen

Voor een effectieve samenwerking is uitwisseling van gegevens over justitiabelen noodzakelijk. De juridische basis hiervoor is het interim-besluit. Voor de volgende doeleinden mogen gegevens worden uitgewisseld:

  • het opstellen van een indicatiestelling;
  • het plaatsen van justitiabelen bij zorgaanbieders;
  • het verlenen van forensische zorg;
  • het opstellen van een declaratie voor de behandeling door de zorgaanbieder;
  • de uitbetaling van de declaratie voor forensische zorg.

Wet voorwaardelijke sancties

De wet voorwaardelijke sancties die is ingetreden op 1 april 2012, voorziet in de wijziging van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling (art. 14a Sr) en de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling (art. 15a Sr).

Deze wet vormt het juridisch kader voor de forensische zorg als bijzondere voorwaarde welke kansrijk is door de ‘stok achter de deur’ van de gevangenisstraf. De bijzondere voorwaarden kunnen worden toegespitst op gedragskenmerken van de dader en het type delict.

Er zijn drie bijzondere voorwaarden met zorg (art.14c lid 2, °10, °11, °12 Sr):

  • opname van de veroordeelde in een zorginstelling;
  • een verplichting zich onder behandeling te stellen van een deskundige of zorginstelling;
  • het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

Het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties stimuleert het gebruik van bijzondere voorwaarden.